Een hartelijke groet vanuit Irvine

Eerlijk gezegd zou ik nu het liefst in Nederland zijn om jullie te ontmoeten. Vorig jaar, voordat we werden geconfronteerd met Covid-19, vloog ik maandelijks heen en weer voor het bedrijf. Ook mijn vrouw en kinderen gingen regelmatig mee. Om onze familie en vrienden weer te zien. En nu kan dat niet. En dat voelt vreemd. We hopen dat het snel weer mogelijk is.

Gelukkig helpen Luuk en Rutger van Kwattaas ons alvast met het leggen van contacten en optuigen van de samenwerking.

Het lijkt me leuk om alvast iets meer van mezelf met jullie te delen. Zodat jullie mij iets beter leren kennen. Reacties hierop zijn meer dan welkom! Ook voor overige zaken kunnen jullie altijd contact met mij opnemen. Zolang we elkaar niet ‘live’ kunnen ontmoeten, kunnen we op deze manier wel met elkaar verbinden.

Mijn jeugd op de boerderij in Fluitenberg

Als jonge jongen groeide ik op een melkveebedrijf op en leerde ik om altijd eerst voor de dieren en gewassen te zorgen. “Ze kunnen je niet vertellen wanneer ze honger hebben,” zei mijn vader altijd. “Je moet ze voeren voordat je jezelf voedt en als je op deze manier goed voor ze zorgt, kun je erop vertrouwen dat je gezonde dieren en gezonde producten zult hebben.” Dat advies vormde mij, hoe ik in het leven sta en uiteindelijk mijn beslissing om FarmTrace op te richten. Ik vind echt belachelijk dat we tegenwoordig niet weten wat er in ons eten zit, waar het vandaan komt of hoe het werd geproduceerd.

Mijn twee jongens lachen als ik ze vertel dat ik als vijfjarige vroeger 8 kilometer naar school en weer terug fietste – elke dag bij regen of zonneschijn. Mijn zoon Alexander is zeven en Maurits is vijf. Ze kijken me met grote ogen aan: ze kunnen het zich gewoon niet voorstellen. Ik begrijp het wel – hun leven is zo anders dan dat van mij ooit was. Ze groeien op in Californië; Ik ben opgegroeid op onze familieboerderij in Fluitenberg, een dorp in Drenthe. Mijn broer, twee zussen en ik brachten al onze tijd op de boerderij door, hielpen onze vader en opa, zorgden voor de dieren – we hadden koeien, varkens, kippen en een hoop katten en honden – en speelden buiten. Mijn grootouders woonden er ook. Het was een geweldige jeugd.

Een ondernemersfamilie

Mijn vader was de derde generatie die de familieboerderij runde, die met 190 melkkoeien relatief groot was in die tijd. Ik hielp niet alleen bij de dagelijkse werkzaamheden, ik had ook al belangstelling voor de zakelijke kant van de boerderij. Als mijn vader met zijn accountant sprak, luisterde ik mee. Ik had gelezen over melkrobots die net op de markt kwamen en stelde voor dat we in twee daarvan zouden investeren, zodat we wel 300 koeien konden houden. Achteraf gezien was ik een ondernemer in de dop.

Helaas voor mij was mijn vader niet zo enthousiast over mijn grote plannen voor de boerderij. Hij is het voorzichtige, conservatieve type en niet echt iemand die risico’s neemt. Ik denk dat zijn angst om in het diepe te springen, mijn eigen drang om precies dat te doen alleen maar heeft aangewakkerd. Toen ik 19 was, vloog ik naar Canada om te zien hoe het leven daar was en de mogelijkheid om een ​​boerderij te kopen. Na vier maanden keerde ik terug naar Drenthe, overtuigd van één ding: het beroepsleven van een boer was niets voor mij, en zeker niet in Canada. Ik vertelde mijn vader dat ik niet zou gaan werken op de familieboerderij of dat ik deze niet zou overnemen, en dat ik in plaats daarvan een studie bedrijfskunde wilde gaan volgen.

Mijn werkzame leven tot nu toe

In de daaropvolgende jaren voltooide ik een bachelor in food en agribusiness, en een master in algemeen management aan Nyenrode Business Universiteit. Studeren versterkte in ieder geval alleen maar mijn interesse in bedrijven, economie en technologie. Bovendien besefte ik dat er een ondernemer in mij schuilde. Kort na mijn afstuderen aan Nyenrode begon ik met werk. Ik stapte over van een management traineeship bij een pluimveeverwerkingsbedrijf naar verkoopfuncties bij internationale bedrijven zoals Caterpillar en TREFI en startte uiteindelijk mijn eigen adviesbureau, G&C Group, gespecialiseerd in het adviseren van bedrijven die wilden investeren of uitbreiden in China. De onderneming was een groot succes, maar het verschil dat we maakten was nog niet schaalbaar.

Net als toen ik een jonge jongen was die ervan droomde om uit te breiden van 190 koeien naar 300, ben ik nog steeds vastbesloten om iets te creëren dat zo schaalbaar is dat het een ​​echte impact kan hebben. In 2012 ben ik Cowlinq gestart, een platform voor veehandel dat boeren, handelaren en vleesverwerkers toegang biedt tot relevante data en onschatbare inzichten. Het platform zorgde voor gemakkelijke en veilige handel in de hele keten, waarbij boeren, handelaren, transporteurs en verwerkers met elkaar in contact kwamen. Ik wilde transparantie creëren binnen de keten. Van daaruit was de volgende logische zakelijke stap om FarmTrace op te richten.

Op reis en verhuizen

Het was misschien een logische volgende stap, maar geografisch gezien was het een grote. Voor de lancering was ik ervan overtuigd dat Nederland niet de juiste basis was als ik echt impact wilde maken en mijn toekomstige organisatie wereldwijd wilde opschalen. Het bedrijf moest worden gevestigd in de Verenigde Staten – aan de westkust om precies te zijn, dat bekend staat om zijn technologische innovatie en geweldige infrastructuur in termen van startkapitaal. Mijn vrouw, Denise, was niet enthousiast over mijn plannen om te verhuizen. Ze stemde er echter mee in om te verhuizen als we eerst als gezin een wereldreis zouden maken. Een hele afweging, als ik er eraan terugdenk. Met mijn gezin reisde ik zes maanden door Zuidoost-Azië, Australië en Nieuw-Zeeland. Die reis was het beste wat we ooit hebben gedaan – het was zo’n geweldige ervaring. We kwamen thuis om onze laatste kerst in Nederland te vieren, voordat we in januari 2018 aan boord gingen van het vliegtuig naar Zuid-Californië. Het was tijd om FarmTrace op de rails te krijgen.

Van een moeizame start tot de toekomstige president van de Verenigde Staten

Het eerste jaar in ons nieuwe huis was zwaar, vooral vanwege papierwerk, papierwerk en meer papierwerk. Ik wist dat het opzetten van een bedrijf in de Verenigde Staten een uitdaging zou zijn, maar ik wist niet precies hoe uitdagend tot ik het uit de eerste hand had meegemaakt. Bovendien moesten we allemaal wennen aan de culturele verschillen. Alexander en Maurits, toen vijf en drie jaar oud, spraken zelfs geen woord Engels. Als jullie ze nu konden zien. In 2,5 jaar zijn het Amerikaanse jongens geworden. Ze spreken allebei vloeiend Engels, hebben veel vrienden en sporten bijna de hele dag. Maurits zegt zelfs dat hij ooit president van de Verenigde Staten wil worden.

Het ambitieuze karakter van Maurits komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Mijn ambities voor FarmTrace zijn bijna net zo verheven. Mijn doel is dat ons bedrijf over vijf jaar 100 mensen in dienst heeft, met evenveel klanten in de Verenigde Staten en Europa. Tegen die tijd zijn we marktleider in beide regio’s en hebben we een tastbare impact op de voedingsindustrie en haar toeleveringsketens. Ik weet dat het ambitieus is, maar het is ook zeker haalbaar – grotendeels dankzij het fantastische team dat we nu hebben en de getalenteerde professionals die we zullen blijven aantrekken. Het feit dat we zulke geweldige mensen in dienst hebben die zo goed samenwerken, is een enorme bron van trots. Ik ben ervan overtuigd dat we samen dingen kunnen realiseren en echte verandering kunnen bewerkstelligen.

Het hogere doel

De ‘tastbare impact’ en ‘echte verandering’ die ik voor ogen heb? Simpel gezegd: dat consumenten in de toekomst weten waar hun voedsel vandaan komt, hoe het is geproduceerd en wat erin zit. En dit zou niet alleen moeten gelden voor de happy few die biologisch voedsel kunnen betalen, maar voor iedereen. Ik vind het schokkend dat we nu op een punt zijn waarop we de oorsprong van ons voedsel niet meer begrijpen, omdat de reis van boerderij naar bord te lang en te complex is geworden. COVID-19 heeft ons verlangen alleen maar versterkt om te willen weten of het voedsel dat we eten veilig is – om inzicht te hebben in wie contact heeft gehad met de melk die we drinken en welke ingrediënten het precies bevat. In wezen willen wij als consumenten dat ons vertrouwen in de voedselvoorzieningsketen wordt hersteld. De enige manier om dit te bereiken is door de voedsel- en landbouwsector transparant en eerlijk te maken.

Voedsel terugvoeren naar zijn ware oorsprong – dat is wat we doen. We maken gebruik van gegevens die moeilijk te ontsluiten is en doen het vuile werk door informatie te verzamelen uit verouderde systemen die niet met elkaar praten. Op deze manier krijgen we inzicht in de volledige weg die elk product, helemaal terug naar de boerderij (en soms ook daarbuiten), heeft afgelegd. Wij geloven dat we samen met onze klanten kunnen helpen om een ​​efficiëntere, schonere en veiligere wereld te creëren. Ik denk vaak aan wat mijn vader me vertelde over dieren en gewassen die niet aan hun behoeften konden voldoen. Ik denk dat omdat ze hun verhaal niet kunnen vertellen, wij het voor hen zullen vertellen.

Tot slot

Ik hoop dat ik jullie heb kunnen meenemen in mijn achtergrond en idealen. Met VSM Automatisering en Elda ICT & Services hebben we onze doelstellingen alleen maar verder uitgebreid. Het goed blijven bedienen van onze klanten staat voorop. Daarnaast zijn het vernieuwen van onze technologie, het versterken van het team en internationalisering belangrijke speerpunten. En niet te vergeten, als team met plezier samenwerken aan onze doelen!

Vriendelijke groet,

Chris

chris@farmtrace.com

 

A warm greeting from Irvine

I wish I could be in the Netherlands to meet you in person. It feels strange not to be able to travel in this tumultuous year. Before we were confronted with COVID-19, I flew back and forth for the company on a monthly basis. My wife and children also came along regularly. We hope we will be able to do so again soon.

Fortunately, Luuk and Rutger of Kwattaas are already helping us establish contacts and facilitate our partnership.

I would like to share a bit more of myself with you, so that you can get to know me a little better. Responses to this are more than welcome! You can also always contact me for other matters. As long as we cannot meet each other in person, we can connect in this way.

My childhood on the farm in Fluitenberg

As a young boy, I grew up on a dairy farm and learned to always take care of the animals and crops first. “They can’t tell you when they’re hungry,” my dad used to say. “You have to feed them before you feed yourself, and if you take good care of them this way, you can be confident that you will have healthy animals and healthy products.” That advice shaped me, how I live, and ultimately my decision to start FarmTrace. I think it’s ridiculous that today we so often don’t know what’s in our food, where it comes from, or how it was produced.

My two boys laugh when I tell them that as a five-year-old, I used to cycle five miles to school and back – every day, rain or shine. My son Alexander is seven, and Maurits is five. They look at me with wide eyes: they just can’t imagine it. I understand – their life is so different than mine ever was. They’re growing up in California; I grew up on our family farm in Fluitenberg, a village in Drenthe. My brother, two sisters, and I spent all of our time on the farm, helping our family, looking after the animals – we had cows, pigs, chickens, and lots of cats and dogs – and playing outside. My grandparents also lived there. It was a great childhood.

An entrepreneurial family

My father was the third generation to run the family farm, which was relatively large, with 190 dairy cows at the time. In addition to helping with the day-to-day work, I also became very interested in the farm’s business side. When my father spoke to his accountant, I listened. I had read about milking robots that had just come on the market and suggested we invest in two of them to expand to 300 cows. In retrospect, I was a budding entrepreneur.

Unfortunately for me, my dad wasn’t too keen on my big plans for the farm. He’s the cautious, conservative type and not one to take risks. I think his fear of taking the plunge has only fueled my own drive to do just that. When I was 19, I flew to Canada to see what life was like there and explore the possibility of buying a farm. After four months, I returned to Drenthe, convinced of one thing: the farmer life was not for me, and certainly not in Canada. I told my father that I was not going to work on or take over the family farm, and that I wanted to study business administration instead.

My working life so far

In the following years, I completed a bachelor’s degree in food and agribusiness, and a master’s degree in general management at Nyenrode Business University. In any case, studying only strengthened my interest in business, economics, and technology. Moreover, I realized that there was an entrepreneur inside me. Shortly after graduating from Nyenrode, I started working. I switched from a management traineeship at a poultry processing company to sales positions at international companies such as Caterpillar and TREFI. Eventually, I started my own consultancy, G&C Group, which specialized in advising companies looking to invest or expand in China. The company was a great success, but the difference we made was not yet scalable.

Just like when I was a young boy dreaming of expanding from 190 cows to 300, I am still determined to create something so scalable that it can have a real, global, impact. In 2012, I started Cowlinq, a livestock trade platform that provides farmers, traders, and meat processors with access to relevant data and invaluable insights. The platform enabled easy and safe trade throughout the food value chain, connecting farmers, traders, transporters and processors. I wanted to create transparency within the chain. From there, the next logical business step was to establish FarmTrace.

Traveling and moving

It may have been a logical next step, but geographically it was a big one. Before the launch, I was convinced I needed a new location to scale an organization worldwide. The company was to be based in the United States – on the west coast to be precise, a place known for its technological innovation and seed capital infrastructure. My wife, Denise, was unenthusiastic about my plans to move. However, she agreed to to go if we were to travel the world first as a family – quite a tradeoff, when I think back to it. I traveled with my family for six months through Southeast Asia, Australia, and New Zealand. That trip was the best we’ve ever done – it was such a great experience. We came home to celebrate our last Christmas in the Netherlands, before boarding the plane to Southern California in January 2018. It was time to get FarmTrace on track.

From a rocky start to the future president of the United States

The first year in our new home was tough, mainly because of paperwork, paperwork, and more paperwork. I knew setting up a business in the United States would be challenging, but I didn’t know how challenging it was until I experienced it firsthand. Moreover, we all had to get used to the cultural differences. Alexander and Maurits, then five and three years old, did not speak even a word of English. If you could see them now – in 2.5 years, they have become American boys. They both speak fluent English, have many friends, and exercise almost all day. Maurits even says he wants to become president of the United States one day.

Maurits’ ambitious character did not come out of the blue, of course. My ambitions for FarmTrace are almost as lofty. My goal is for our company to employ 100 people in five years, with an equal number of customers in the United States and Europe. By then, we will be the market leader in both regions and will have a tangible impact on the food industry and its supply chains. I know it is ambitious, but it is certainly achievable – thanks in large part to the fantastic team we have now, and the talented professionals we will continue to attract. The fact that we employ such wonderful people who work so well together is a tremendous source of pride. I am convinced that together we can achieve things and bring about real change.

The higher purpose

The “tangible impact” and “real change” that I envision? Put simply: that consumers in the future will know where their food comes from, how it was produced, and what’s in it. This should apply not only to the very few who can afford organic food, but to everyone. I find it shocking that we are now at a point where we no longer understand the origins of our food, because the journey from farm to plate has become too long and too complex. COVID-19 has only amplified our desire to know if the foods we eat are safe – to understand who has interacted with the milk we drink and what ingredients it contains. In essence, we as consumers want our confidence in the food supply chain to be restored. The only way to achieve this is to make the food and agriculture sector transparent and fair.

Taking food back to its true origin – that’s what we do. We use data that is difficult to access and do the dirty work of gathering information from legacy systems that don’t talk to each other. In this way, we gain insight into each product’s complete journey, all the way back to the farm (and sometimes beyond). We can work with our customers to help create a more efficient, cleaner, and safer world. I often think about what my father told me about animals and crops that could not describe their needs. Because they can’t tell their story, we’ll tell it for them.

A final word

I hope I was able to take you into my background and ideals. With VSM Automatisering and Elda ICT & Services, we have expanded our objectives even further. Continuing to serve our customers well is paramount. Modernizing our technology, strengthening our team, and internationalizing our mission are also important spearheads.

Lastly, enjoying working together and taking care of our team will always be a FarmTrace priority.

Sincerely,

Chris

chris@farmtrace.com